Op deze laatste dag van mijn bijzondere vakantie blik ik nog even terug:

Lange tijd dacht ik dat thuis een plaats was.

Een huis. Een omgeving. Een plek waar ik me veilig voelde.

Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik ontdek dat thuis niet buiten mij ligt.

Ik heb gezocht in werk. In relaties. In bevestiging. In zekerheid. In structuren die leken mij houvast te geven.

Steeds ontdek ik dat wat ik buiten mezelf vind, ook weer kan verdwijnen.

Werk verandert. Mensen komen en gaan. Omstandigheden verschuiven.

Wat blijft, ben ik.

Langzaam begin ik te begrijpen dat thuis geen bestemming is. Het is een bewustzijn.

Een ruimte waarin ik mezelf mag zijn wie ik ben, zonder iets te hoeven bewijzen. Een plek waar ik niet hoef te vechten voor erkenning. Een plek waar ik niet hoef te voldoen aan verwachtingen.

Thuiskomen blijkt geen reis naar buiten te zijn, maar een beweging naar binnen.

Juist door ervaringen van loslaten, verandering en onzekerheid ontdek en besef ik dat veiligheid niet ontstaat door controle maar door vertrouwen. Niet het vertrouwen dat alles goed zal gaan, maar het vertrouwen dat ik aanwezig kan blijven in mezelf, wat er ook gebeurt.

Misschien is dat wel de grootste verschuiving die ik heb meegemaakt het laatste half jaar.

Ik zoek steeds minder naar een thuis.

Ik word steeds meer mijn eigen thuis.

Bewustzijn is geen bestemming, maar onderhoud.

Bewustzijn is dus niet iets wat ik bereik om het vervolgens vast te houden.

Het vraagt aandacht.

Aanwezigheid.

Eerlijkheid.

Keer op keer terugkeren naar mezelf.

Zoals een huis onderhoud nodig heeft om bewoonbaar te blijven, zo vraagt ook mijn innerlijke huis om zorg en aandacht.

Niet omdat er iets mis is, maar omdat leven beweging is.

En misschien is dat uiteindelijk wat thuiskomen werkelijk betekent:

niet aankomen, maar aanwezig blijven.

Als waarheid beweegt, kan bewustzijn nooit af zijn