Soms lees ik woorden waar ik het op zichzelf mee eens ben. Woorden over aandacht, ontwikkeling, verbinding, vertrouwen en sociale veiligheid.
Toch voel ik ook wat er niet staat.
Ik ervaar dat zeggen en doen niet altijd samenvallen. Dat ondersteuning kan worden toegezegd zonder werkelijk vorm te krijgen. Dat iemand zich kan uitspreken en toch het gevoel kan houden niet te worden gezien of gehoord.
Ik herken in mijzelf hoe lang ik mij kan aanpassen. Ik wil mijn verantwoordelijkheid dragen en niet te snel opgeven. Daardoor neem ik mijn eigen grens soms pas serieus wanneer ik er al overheen ben gegaan.
Uiteindelijk besluit ik om te stoppen.
Dat besluit is niet alleen het einde van een periode. Het markeert juist ook het begin van een persoonlijke ontwikkeling die ik mijn Chiron conjunct antivertex transit noem. Een proces dat ik in stilte voor mijzelf beschrijf.
Door terug te kijken zie ik steeds beter wat ik heb meegemaakt. Ook zie ik hoe lang ik mij heb aangepast aan omstandigheden die niet veranderen.
Schrijven helpt mij daarbij.
Ik ben mondig, maar heb vaak tijd nodig om een ervaring te verwerken. In een gesprek kunnen gebeurtenissen en gevoelens tegelijk naar boven komen. Door te schrijven kan ik onderscheiden wat ik weet, wat ik ervaar en wat ik vermoed.
Schrijven is voor mij geen manier om een gesprek te vermijden.
Het is mijn manier om werkelijk te spreken.
In Sociale veiligheid schrijf ik:
Sociale veiligheid is
geen regel in een schrift,
maar voelbaar in de ruimte
waar je mag zeggen wat je vindt.
Sociale veiligheid ontstaat voor mij niet alleen door regels of beleid. Zij wordt voelbaar in de ruimte die iemand werkelijk ervaart.
Mag ik zeggen wat ik zie? Mag mijn ervaring afwijken? En wordt er ook geluisterd wanneer mijn woorden niet aansluiten bij het bestaande verhaal?
In Van weten naar wezen schrijf ik:
Niet kennis los van bewustzijn maar bewust-zijn als kennis in beweging.
Weten wat sociale veiligheid is, is iets anders dan haar ervaren. Weten wat ontwikkeling betekent, is iets anders dan voelen wat iemand nodig heeft. Weten wat kernwaarden zijn, is iets anders dan ze in het dagelijkse contact tot leven brengen.
Daarom schrijf ik ook over de beweging:
Van systeemlogica naar resonantielogica.
Een systeem heeft regels, doelen en processen nodig. Die kunnen duidelijkheid geven. Maar het systeem blijft een middel.
Wanneer de systeemlogica belangrijker wordt dan het oorspronkelijke doel waarvoor het bedoeld is, kunnen middel en doel ongemerkt van plaats verwisselen.
Een mens past nooit helemaal in een draaiboek. Context, nuance en zelfreflectie blijven nodig.
Ook herhaling krijgt voor mij een andere betekenis. Herhaling kan iets vastzetten, maar kan ook verdieping brengen. Steeds opnieuw voelen. Opnieuw kijken. Niet automatisch doorgaan, maar echt onderzoeken of iets nog klopt.
In De kracht van herhaling worden dezelfde regels meerdere keren herhaald:
Adem in en adem uit.
Stap voor stap.
Ik ben hier en aanwezig.
Rustig maar.
Totdat er één vraag tussen komt:
Voor wie doe ik dit nu? Daar verandert de herhaling. Doe ik iets omdat het van mij wordt verwacht, of helpt het mij werkelijk om aanwezig te blijven?
Na die vraag keren dezelfde woorden in een andere volgorde terug. Ze zijn niet veranderd, maar ik sta er anders in. Herhaling is dan geen automatische beweging meer. Het wordt bewust gekozen verdieping.
In Energetische dekselpolitiek krijgt herhaling opnieuw betekenis. Het gedicht gaat over wat door terugkerende patronen zichtbaar wordt onder de oppervlakte. Niet om iets kapot te maken, maar om te kunnen kijken naar wat aandacht en onderhoud nodig heeft.
Ook daarin wordt mijn eigen groei zichtbaar: een patroon herkennen betekent niet dat ik mijzelf er opnieuw in hoef te verlaten.
Mijn rug voegt daar een lichamelijke laag aan toe. Mijn klachten hebben geen eenvoudige verklaring. Wel merk ik dat mijn lichaam mij uitnodigt om bewuster te kijken naar belasting, herstel en mijn neiging om door te gaan.
Sommige bewegingen belasten mij. Andere geven juist verlichting. Mijn lichaam vraagt niet om een theorie. Het vraagt om afstemming.
Dat krijgt vorm in Grondstof. In dit gedicht onderzoek ik hoe uit evenwicht raken iets zichtbaar maakt en hoe ik mijn ervaringen gebruik om opnieuw te voelen, te begrenzen en af te stemmen.
De vijf gedichten in dit schrijven laten samen een beweging zien:
Sociale veiligheid gaat over de ruimte om te mogen spreken. Van weten naar wezen gaat over de beweging van kennis naar levend bewustzijn. De kracht van herhaling stelt de vraag of herhaling mij vastzet of juist verdieping brengt. Energetische dekselpolitiek kijkt naar wat door herhaling onder de oppervlakte zichtbaar wordt. Grondstof gaat over wat ik vervolgens met mijn ervaringen doe.
Ik hoef geen oordeel te vormen over de bedoelingen van anderen en ik hoef ook geen systeem in mijn eentje te veranderen.
Mijn verantwoordelijkheid ligt bij mijn eigen bewustzijn en het bewaken van mijn eigen grens.
Ik merk dat ik daarin steeds stiller word, maar het tegelijkertijd beter kan uitspreken.
Ik maak van mijn ervaring grondstof.
Niet om het laatste woord te hebben, Maar om zuiverder te leven wat ik weet, helderder te voelen wat ik nodig heb en mijzelf niet langer te verlaten in aanwezigheid.