deel 3: De adem en de integratie

Ik begin te voelen wat er werkelijk nodig is: niet meer begrijpen, maar gewoon ademen. Niet meer vasthouden, maar toelaten. Niet meer dragen, maar aanwezig zijn.

In de stilte tussen 2 ademhalingen Voelde ik hoe spanning zich loslaat; Alsof iets ouds eindelijk mocht zakken in plaats van overeind gehouden te worden.

Ik ontdek nu dat nabijheid niet ontstaat door te blijven reiken, maar door te blijven en door niet weg te gaan bij wat ik werkelijk voel dus ook niet wanneer het rauw is en ook niet wanneer het stil wordt...

Mijn tranen zijn geen verhaal meer maar een stroom geworden. Geen bewijs van gemis, maar van een ruimte die opent. Elke trilling zegt: hier ben ik, zonder rol, zonder taak en zonder verwachting.

Ik merkte dat (hoe) mijn neiging tot dragen eigenlijk een manier is om spanning te vermijden. Hoe ik aanwezigheid verwisselde voor zorg en liefde voor verantwoordelijkheid. En hoe bevrijdend het eigenlijk wel niet is om niets te hoeven oplossen.

De adem bracht mij weer terug naar een eenvoud die ik was vergeten: Ik hoef niks vast te houden om verbonden te zijn. Ik hoef niks te doen om te mogen blijven.

Integratie voelt niet als begrijpen, maar als zakken. In mijn borst, buik, bekken. Alsof mijn lichaam zegt: ik mag hier wonen.

Ik leer steeds beter luisteren naar mijn tempo. Niet het tempo van verlangen of van hoop maar van waarheid .

Wederom ontdek ik wat nieuws: Dat liefde niet vraagt om beweging, maar om aanwezigheid en niet om bewijzen maar om zijn.

Ik land steeds meer in mijzelf en in mijn adem. En in een ruimte waar niets ontbreekt en niets hoeft te worden toegvoegd.

Niet langer onderweg naar verbinding, maar (be)rustend in wat er al is...