Deel 4: Mijn nieuwe staat van zijn -:aanwezig, niet dragend, vrij én open

Ik begin steeds meer te ervaren wat het betekent om werkelijk aanwezig te zijn. Niet als inspanning, maar als vanzelfsprekendheid. Niet meer bezig met vasthouden of loslaten, maar met zijn in wat er is.

Ik hoef niemand meer te dragen om nabij te zijn. Ik hoef niks in te vullen om verbonden te blijven. Mijn aanwezigheid is geen functie meer, maar een ruimte waarin ik mijzelf toesta te bestaan.

Ik ervaar hoe vrijheid niet langer tegenover samen staat. Vrijheid ís samen, wanneer ik niet meer hoef te verdwijnen, die ander te laten bestaan.

Ik merk dat mijn kracht stiller is geworden. Niet minder, maar helderder. Niet meer gericht op redden, sturen of dragen, maar trouw zijn aan wat in mij waar is.

Ik hoef geen rol meer te spelen, geen spiegel te forceren, geen hoop te projecteren. Wat blijft, mag blijven en wat gaat, mag gaan.

In deze staat van (mijn) zijn ontstaat liefde niet uit behoefte maar uit overvloed En niet als houvast, maar als stroom. Niet om vast te houden, maar om door te laten gaan.

Ik sta nu in mijn eigen ruimte. Met een open hart en zachte grenzen. Aanwezig, zonder te claimen. Verbonden, zonder te verdwijnen, Vrij, zonder weg te lopen.

En ik weet (voordat ik voel): dit is geen eindpunt, maar een begin zonder strijd.

Niet langer onderweg naar mezelf, maar thuis in wie ik ben